|
zondag, 07 december 2008 16:00 |
|

Een pientere kerel met snuggere blik, geroemd als een ware slimmerik hield enorm van zijn taal en zonder veel kabaal schiep hij zijn eerste limerick.
Zijn liefde voor zijn moedertaal was een amalgaam, een bonte mengeling van woord en klank tesaam. Hij proefde het stoere woord 'drost' maar nog meer van druivenmost, want net daarin was hij zeer bekwaam.
Een eekhoorn vlijtig op zoek naar een knabbel, had tijd noch oog voor een babbel. Gans onverwacht sprong ze daar en dan zomaar gooide hij naam en faam te grabbel.
|